Triomfatorkerk

Triomfatorkerk (PKN / GKV)

Verschueren (1983)

Reeds in 1978 ontstonden er plannen om in de Gereformeerde Triomfatorkerk een volwaardig kerkorgel te plaatsen.  Deze plannen kregen pas echt vorm toen de toenmalige orgelcommissie in contact kwam met Jacques van Oortmerssen,  in die tijd woonachtig in Barendrecht. De keus viel op orgelmaker Leon Verschueren uit Heythuysen. Deze orgelmaker bouwde inmiddels orgels in de stijl van het zogenaamde „Hollandse” orgeltype, zoals dat in de 2e helft van de 18e eeuw en in de Ie helft van de 19e eeuw in ons land werd gebouwd. Ook het orgel in de Triomfatorkerk valt in die categorie alhoewel er in het orgel ook meer zuidelijke invloeden zijn terug te horen.

Het orgel werd op 11 juni 1983 in gebruik genomen met een bespeling door de adviseur van Oortmerssen. Tijdens de ingebruiknemning van dit instrument schroomde hij niet dit orgel te betitelen als een ,,Hollands begeleidingsinstrument”, waarbij zowel in de sopraan als in de tenor de koraalmelodie goed is te volgen. Hij demonstreerde dat tevens met orgelliteratuur die zo rond 1800 is gecomponeerd. Werken van Rinck, Walond, Mendelssohn, Lemmens, Ruppe en Kuchar.

In 2015 werd door Verschueren orgelbouw met behulp van vele vrijwillgers het binnenwerk van het orgel volledig schoon gemaakt. Alle 1.012 sprekende pijpen (op twee na) zijn uit het orgel genomen, schoongemaakt en wanneer dit noodzakelijk was ook gerepareerd. Daarnaast werd de volledige mechaniek gesmeerd en afgesteldt. De directe aanleiding van deze grote onderhoudsbeurt was de noodzakelijke vervanging van de door corrosie aangetaste conducten (waarmee de wind naar de pijpen die niet rechtstreeks op de windladen zijn geplaatst wordt aangevoerd, zoals de frontpijpen). De nieuwe conducten werden geplaatst en de frontpijpen werden opgepoetst.

Ook is door de fa. Verschueren het orgel opnieuw geintoneerd waarbij de gelijkzwevende stemming werd gehanteerd en de klankkleur van het orgel vooral in de hogere octaven levendiger werd gemaakt 

Het orgel werd opnieuw in gebruik genomen met een concert door Johan Sonneveld, als cantor-organist verbonden aan de PKN Barendrecht.

Dispositie:

Hoofdwerk: Bourdon 16′ Prestant 8′ Roerfluit 8′ Octaaf 4′ Octaaf 2′ Quint 3′ Cornet IV Mixtuur IV B/D Trompet 8′ B/D

Bovenwerk: Holpijp 8′ Fluit 4′ Fluit 2′ Flageolet 2′ Dulciaan 8′ Tremulant

Pedaal: Bourdon 16′ Prestant 8′ Fagot 16′

Koppels Hw.-Bw Ped-Hoofdw. Pedaal-Bw.